In de blog ‘CETA en het perverse unanimiteitsbeginsel’ schonk ik aandacht aan de vraag hoe Wallonië als een van de deelstaten van de Belgische federatie een EU handelsverdrag met Canada kan blokkeren. Een van de reacties op die blog maakte mij erop attent dat ik voor het verklaren van deze problematiek niet had moeten inzoomen op de positie en bevoegdheid van de minister van handel in de federale regering, maar op de grondwettelijke verdeling van bevoegdheden tussen de centrale regering en de deelstaten op het vlak van het sluiten van verdragen.

Onder dankzegging aan die attente blog-lezer diep ik dat aspect nu iets dieper uit.  Opnieuw merk ik eerst nog op dat ik geen uitspraak doe over de inhoud van dit verdrag. Behalve dan dat de overwegend op angst en achterdocht gebaseerde weerstand tegen CETA weinig goeds belooft voor de noodzaak tot een versterkte positionering van de EU binnen de snelle en ingrijpende geopolitieke ontwikkelingen. Protectionisme is een dodelijk virus. Dat sloopt de gezamenlijkheid die dringend nodig is ter versterking van de rol en invloed van Europa op het wereldtoneel.

Deze verdragsrechtelijke materie wordt beheerst door artikel 167 van de Belgische Grondwet en enkele Bijzondere Wetten die de omvorming van de eenheidsstaat naar een federale staat regelen. Waarbinnen dus de kwestie van verdragsrechtelijke bevoegdheden van de federale en van de deelstatelijke overheden. In beginsel onderscheidt België twee soorten verdragen: exclusieve en gemengde. Een exclusief verdrag betreft bijvoorbeeld de Scheldeverdragen die de deelstaat Vlaanderen sloot met Nederland. Verdragen die nog jaren nadreunden in het Nederlandse parlement door de weerstand in Zeeland tegen het onder water zetten van polders als gevolg van de verdragsverplichting om de milieuschade wegens het uitdiepen en verbreden van de Westerschelde te compenseren met meer natuur. Maar dat dossier laat ik hier rusten. Voor het afsluiten van een exclusief verdrag heeft een deelstaat dus niet de medewerking van de federale regering of een andere deelstaat nodig. Voorts laat ik ook buiten beschouwing dat naast deze Grondwettelijke regeling een Samenwerkingsakkoord in België de intra federale verdragsrechtelijke bevoegdheden tussen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten nader regelt.

Het CETA-verdrag is – gelet op de huidige procesgang – kennelijk een gemengd verdrag. Voor het sluiten van zo’n verdrag bepaalt de Belgische wetgeving dat niet alleen de federale regering, maar ook de deelstaten bevoegd zijn. Dat zit als volgt in elkaar. De deelstaat moet toestemming of machtiging geven aan de federale regering om – mede namens die deelstaat – het verdrag te tekenen. Als een deelstaat die toestemming niet geeft, dan kan de federale regering niet tekenen. Tot 23 oktober heeft Wallonië die toestemming niet gegeven.

Maar …. de kans dat de federale regering binnenkort alsnog de Waalse toestemming verwerft acht ik 100%. Het past in de intergouvernementele bestuurscultuur van, nu reeds 28, EU-lidstaten om concessies af te dwingen voor eigen land of regio voordat men bereid is samen te werken. Als u wilt weten hoe dat werkt adviseer ik u Guy Verhofstadt’s boek ‘De ziekte van Europa’ te lezen. Dat geeft u een idee van de koehandel die door het intergouvernementele bestuurssysteem allengs de EU ernstig ziek heeft gemaakt. De federale overheid zal, ongetwijfeld gesteund door de EU, wel ergens de middelen vinden om Wallonië over de streep te halen.

Nu pas kom ik bij het punt dat ik eigenlijk wil maken. Deze problematiek zou zich niet voordoen als we in plaats van het intergouvernementele EU- besturingssysteem een Europese Federatie zouden hebben. Besluitvorming binnen het intergouvernementele EU-besturingssysteem is als algemene regel gebaseerd op het principe van unanimiteit van besluiten, behoudens enkele uitzonderingen die kunnen worden afgedaan op basis van meerderheid van stemmen. In een overgrote meerderheid van zaken kan een lidstaat in de Europese Raad – ter bescherming van het eigenbelang – aan de handrem trekken. Dat is een verkapt vetorecht. En dan gaat zo’n verdrag niet door. In een federale republiek, zoals die van de Verenigde Staten, is de President bevoegd tot het sluiten van verdragen, na overleg en overeenstemming met de Senaat. Deelstaten zijn daarin niet bevoegd. Waarom ligt die bevoegdheid bij de President? Welnu, als er sprake is van een belang dat een individuele lidstaat niet in zijn eentje kan behartigen komt de zorg daarvoor op het niveau van de federale gezamenlijkheid te liggen. En wordt dan dus een onderdeel van de reeks van limitatieve bevoegdheden van de federale autoriteit. Een verdrag gaat over lidstaat-grensoverschrijdende belangen. Dat hoort dan qua bevoegdheid op het niveau van de federale autoriteit te liggen. Als Europa een federale republiek zou zijn – nogmaals een federatie zoals de Verenigde Staten waarvoor al tientallen jaren wordt gepleit – dan zou deze problematiek van blokkade door een deelstaat van een EU-lidstaat niet bestaan.

Natuurlijk kunt u dan opmerken: prima, doe mij dan maar alsjeblieft geen Europese Federatie. Laten we dan maar dit intergouvernementele EU-besturingssysteem vooral laten voortbestaan want protectionisme van een deelstaat – als variant van ‘eigen land eerst’ – is een groot goed. Doe dat maar. Totdat u hardhandig wakker wordt geschud door geopolitieke ontwikkelingen die als een tornado de achterhaalde heilige huisjes van innovatieschuwe politici omverblazen. Met zijn desintegrerend intergouvernementeel besturingssysteem is de EU nauwelijks nog een serieuze partner om zaken mee te doen, laat staan een krachtige partij die effectief weerstand kan bieden tegen enkele ongetwijfeld onverstandige aspecten van handelsverdragen zoals CETA en TTIP, waaronder het dubieuze arbitragesysteem. Een Europese Federatie heeft de kracht om die te weerstaan. De intergouvernementele EU niet. Een federatie zijn, of niet een mondiale speler zijn, dat is de kwestie.

Voor meer informatie hierover verwijs ik naar de rubriek Sterk met Europa op onze website Sterk Leren Academy. Daar kunt u ook de European Federalist Papers gratis downloaden, een serie Papers die ik samen met mijn Vlaamse collega Herbert Tombeur mocht schrijven en waar u in Paper 19 van Tombeur meer informatie vindt over het Belgische federale stelsel.

 


Delen: Facebooktwitterredditlinkedinmail