De toekomst van de Europese samenwerking, en daarmee ook die van de Europese samenleving, lijdt ernstige schade door het optreden van valse profeten. Fabel vertellers. Zoals je soms boeven het beste kunt vangen met boeven, moeten we eens proberen om fabels bestrijden met een fabel. Hier komt ie.

Er was eens een roos. Geen bijzondere roos. Gewoon een roos. Eigenlijk een nogal matte roos. Alleen haar doornen vielen op. Ze had er veel, veel  meer dan andere rozen. En ze waren ook langer en scherper. Al heel wat mensen hadden zich er pijn aan gedaan. Maar dat deerde de roos niet. ‘Ikke ikke ikke, en de rest mag zich prikke’, was haar parool.

Hoewel zij trots was op die rijkdom aan mogelijkheden om mensen pijn te doen was ze toch ook verdrietig. Ze geurde niet. Anders dan veel andere rozen kon ze niet bogen op een fijne, aantrekkelijke en innemende geur. Niet dat ze stonk, nee, ze had gewoon geen geur. Ze boog naar links en ze boog naar rechts om geuren uit haar omgeving op te vangen en vast te houden. Maar vergeefs. Al die andere fijne geuren slierden om haar heen en vlogen dan weer snel verder.

Toen naderde er een ezel. Een merkwaardige ezel. Hij was helemaal gekleed. Dus met broek, hemd, jas en das. Zoiets zag je niet elke dag. Ze moest erom lachen. Maar ze was ook een beetje opgelucht. Je kunt beter een roos zijn zonder geur, dan een aangeklede ezel, dacht ze. Maar, alsof de ezel haar gedachten raadde, liep die recht naar de roos toe, de ogen wijd open, de oren plat naar achter en de tanden ontbloot. Dat gaat fout besefte de roos. Ze vouwde snel haar blaadjes en zette de doornen op scherp. Maar ze was geen partij voor de ezel. Die ging recht boven haar staan en stortte zijn urine voluit op de roos. Nu had ze dan eindelijk een geur.

Op het moment dat de ezel haar ook nog een trap wilde geven, kwam er een knaap aanrennen. Met een grote stok in zijn hand en die schreeuwde “Terug in je hok. Ik bepaal wanneer je eruit mag. Wat denk je wel? Wil je méér of minder gehoorzamen?”

Maar, omdat de ezel was getraind om te handelen volgens het woord ‘minder’, schopte hij de knaap van zich af. Die viel met zijn billen bovenop op de roos. En dat was het laatste wat de roos zag. Weg roos.

Terwijl de knaap jankend van de pijn de vele doornen uit zijn achterwerk begon te trekken liep de ezel balkend weg. Naar de grote stad, waar hij, door de opvallende combinatie van zijn gebalk en zijn kleding, een bezienswaardigheid werd. Al snel opgenomen in het grootste rariteitenkabinet van het land. Maar tussen al die andere rariteiten – waaronder de knaap die hij bovenop de roos had geschopt – duurde de nieuwigheid niet lang. Steeds hetzelfde balkgeluid begon te vervelen en verloor ook zijn geloofwaardigheid. Zo vereenzaamde de ezel in een kleine kamer van het rariteitenkabinet, uiteindelijk dus toch terug in een hok.

En de knaap? Die raakte in de versukkeling. De doornen bleken niet alleen scherp te zijn geweest, maar ook nog giftig. De wraak van de roos. Hij werd ziek. Geen dodelijke ziekte hoor. Maar iets dat zijn hersens aantastte. Hij begon steeds meer wartaal uit te slaan, vertrapte rozen en sloeg ezels. Hij verloor zijn plek in het rariteitenkabinet, kon ook niet langer los lopend op straat worden geduld en werd uiteindelijk opgenomen in een kliniek, gelegen naast dat rariteitenkabinet. Het toeval wilde dat de knaap en de ezel elkaar door de ramen konden zien. En als die op warme dagen open stonden schreeuwde de knaap soms luid naar de ezel slechts een woord: roos. En met een langgerekte balk antwoordde de ezel begrijpend.

Andere verhalen over Europa vindt u in de rubriek Sterk met Europa in de Sterk Leren Academy.


Delen: Facebooktwitterredditlinkedinmail