Het antwoord op die vraag heb ik behandeld in een viertal video’s in de rubriek Sterk met Europa in onze Sterk Leren Academy. Ik vat het hier samen in één zin: “De EU is klinisch dood”. Dat lokt een andere vraag uit: “Is dat erg?” Nu wordt het moeilijk. Het antwoord op die vraag kan namelijk ja óf nee zijn, afhankelijk van je vertrekpunt.

Ik zie de EU als een symbool van de al eeuwen bestaande behoefte aan Europees samenleven en samenwerken. Een behoefte die na de Tweede Wereldoorlog weer opleefde en krachtig werd gesteund door mensen als Eisenhower en Churchill in hun pleidooi voor het oprichten van de Verenigde Staten van Europa. Maar dat liep anders. In plaats van een federaal Europa kregen we een zogeheten intergouvernementeel Europa. Dat is een besturingssysteem waarbinnen regeringsleiders afspraken maken over gezamenlijke besluitvorming over beleidsgebieden om vervolgens die besluiten top-down als eenheidsworst door de strot van de lidstaten te duwen. En daar is het fout gegaan. Dat heeft het karakter van gedwongen assimilatie. Steeds meer politici en burgers van lidstaten zijn zich daartegen gaan verzetten. En daardoor is er binnen deze vorm van samenwerking een pervers systeem van uitzonderingen op uitzonderingen ontstaan. Het zogeheten opt-out stelsel.

Wat betekent dat? Welnu, om lidstaten mee te krijgen in gezamenlijke besluitvorming gaan die eerst met de hakken in het zand. Ze eisen toezeggingen, concessies, vrijstellingen en alles wat je maar kunt bedenken om voor je eigen land eerst allerlei lekkers binnen te slepen voordat ze in de Europese Raad hun handtekening zetten onder een unaniem besluit. Dat stelsel vernietigt langzaam maar zeker de Europese Unie. Het degenereert zelfs tot het niet nakomen van afspraken, zoals bijvoorbeeld de aanpak van het vluchtelingenprobleem.

Dus als ik nogmaals een antwoord moet geven op de vraag of het erg is als de EU sterft, dan moet ik dat als volgt nuanceren: de EU als symbool van de behoefte aan Europees samenleven en samenwerken is uitstekend, maar het intergouvernementele besturingssysteem van de EU is zo rot als een mispel. Dat ding moet worden ingeruild voor een andere besturingssysteem, namelijk een Europese Federatie. Dus niet de EU, maar wel haar besturingssysteem mag wat mij betreft sterven. Mits er een federaal systeem voor in de plaats komt.

Hoe dat in elkaar zit kunt u op uw gemak bestuderen in de rubriek Sterk met Europa. U zult dan begrijpen dat er in Nederland enkele personen rondlopen die in hun afkeer van de Europese Unie u proberen wijs te maken dat een Europese Federatie nog erger zou zijn dan de huidige EU. In ons Youtube-kanaal Sterk Leren Academy plaatste ik over enkele van die personen al een filmpje onder de titel ‘Valse Profeten’. Ik goot dat in de vorm van een fabel, een verhaal dat zich het beste laat begrijpen als u weet wat het woord ‘ezel’ in het Frans is.

Om u de vloek van het desintegrerende intergouvernementele besturingssysteem te doen begrijpen ga ik u enkele pagina’s tonen van het boek ‘De ziekte van Europa’ van Guy Verhofstadt, voormalig premier in België en nu leider van de ALDE-fractie in het Europees Parlement. U gaat kijken naar de eerste pagina’s van Hoofdstuk 12. Als het te snel gaat kunt u de video even stoppen. Als u klaar bent met lezen plaats ik dit materiaal in de context van de opstelling van Wallonië jegens het CETA- en de Nederlandse opstelling tegen het Oekraïne-verdrag.

Uittreksel van: Guy Verhofstadt. ‘De ziekte van Europa’. iBooks.

“12

Het waanbeeld van de Europese begroting

Het was een tevreden, maar vermoeid ogende Britse eerste minister die op 20 december 2005 in Brussel vertegenwoordigers van het Europees Parlement toesprak. Na maanden van palaveren was de Europese Raad er onder zijn leiding eindelijk in geslaagd een akkoord te bereiken over de meerjarenbegroting van de Europese Unie. Daar had zes maanden eerder de toenmalige voorzitter Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse eerste minister nog gefaald. Dat had niet aan Juncker gelegen. Integendeel. Die was er met zijn enorme ervaring stevig tegenaan gegaan en was al in juni vrij dicht bij een akkoord gekomen. Maar uitgerekend Tony Blair had dit akkoord gesaboteerd. Wilde hij Jean-Claude Juncker dit succes niet gunnen? Het was een publiek geheim dat beiden elkaar niet konden luchten. Hoe dan ook, de officiële versie luidde dat Blair het anders wilde aanpakken. Geen meerjarenbegroting meer die slechts een kopie was van de vorige, maar een nieuwe begroting die een breuk met het verleden zou inluiden. Die een einde zou maken aan de aftandse landbouwuitgaven en die werkelijk zou inzetten op technologie en innovatie, op de toekomst dus. Maar daar kwam in de praktijk niet veel van terecht. De uitkomst verschilde nauwelijks van de ontwerpbegroting die Juncker had voorgesteld. Meer nog, om een akkoord te bereiken had Blair wekenlang alles uit de kast moeten halen. Hij had de ene na de andere lidstaat moeten afkopen. Dat was de enige manier geweest om ze allemaal over de streep te trekken. Het resultaat was niet om aan te zien. Van de initiële opzet was nauwelijks iets overgebleven. Om de deal rond te krijgen, had hij aan de lidstaten niet minder dan eenenveertig cadeaus moeten beloven: compensaties, correcties en uitzonderingen ad hoc. Die liepen van 100 miljoen steun voor de Canarische eilanden, over 200 miljoen hulp voor het vredesproces in Noord-Ierland tot 865 miljoen voor de ontmanteling van een aftandse nucleaire centrale in Litouwen. En dat waren nog de zinnigste toegevingen. Om Nederland over de streep te trekken verdubbelde Blair de vergoeding voor de lidstaten die de douanerechten inden, hoewel dat een eigen inkomsten van de Unie was waar zij geen recht op hebben. Om Duitsland, Oostenrijk en de andere nettobetalers te plezieren werd hun btw-afdracht verlaagd, maar voor elk land met een ander percentage. Zweden en opnieuw Nederland kregen daar bovenop nog een vaste korting cadeau op hun zogenaamde bni-bijdrage. Om Polen, Tsjechië en Hongarije aan boord te hijsen, kregen ze tegen alle geldende regels in extra middelen uit de structuurfondsen toegewezen. Hetzelfde gebeurde voor Cyprus en de Duitse deelstaat Beieren. Om Finland, Ierland, Italië, Luxemburg, Frankrijk en Portugal te paaien werden aan elk van hen bijkomende betalingen inzake plattelandsontwikkeling toegekend. Ook Spanje en de Baltische staten verwierven extra fondsen die ze los van alle regels naar eigen goeddunken konden gebruiken. Het was een koehandel van jewelste. Blair verdedigde het akkoord met vuur, maar voegde er in één adem ook aan toe dat deze oefening niet voor herhaling vatbaar was. Tony Blair – daar is hij veel te fier voor – gaf niet toe dat hij gefaald had, maar zijn ‘never again’ sprak boekdelen.”

In ons Youtube-kanaal Sterk Leren Academy plaatste ik op 23 oktober jl. het filmpje ‘Wallonië, CETA en de Europese Unie’. Daarin voorspelde ik dat het voor 100% zeker zou zijn dat Wallonië zou gaan instemmen met dat verdrag, mits het eerst de nodige toezeggingen voor de eigen regio zou ontvangen. Een voorspelling van een fluitje van een cent. Zo werkt het huidige bestuurlijke stelsel van de EU al jaren. De tekst van Verhofstadt maakt dat duidelijk. De opstelling van Wallonië past volledig in het beeld van die koehandel. En dit desintegrerende proces wordt steeds erger nu externe problemen zoals de bancaire en economische crisis, het vluchtelingenvraagstuk, de dreiging van terrorisme en geopolitieke ontwikkelingen steeds meer interne conflicten binnen de EU veroorzaken en aanjagen.

Maak alstublieft niet de fout om de opstelling van Wallonië tegen dat CETA-verdrag – en bijvoorbeeld ook de Nederlandse nee-stem tegen het Ukraine-verdrag – te zien als gerechtvaardigde weerstand tegen verdragen die ons zouden beschadigen. Wallonië deed wat tegenwoordig elke EU-lidstaat doet: eerst vangen, dan toestemmen. En het gebruikte daarvoor de altijd onder het volk aanwezige angst voor een externe vijand. Natuurlijk zitten er in verdragen zaken die aanpassingen van ons zelf vereisen, kwesties die interne belangen raken. Maar in essentie herstellen verdragen wat er in vele jaren aan ongezond eigenbelang binnen gefixeerde grenzen is opgebouwd. Protectionisme is erger dan ebola of cholera.

Natuurlijk roept dit de vraag op of ik tegen referenda ben? Welnu, als u op ons Youtube-kanaal het filmpje ‘Referenda’ bekijkt, dan ziet u dat ik als liefhebber van volkssoevereiniteit een warm voorstander van referenda ben. Iets wat u ook terugvindt in mijn video’s in de rubriek Sterk met Beleid. Maar in het filmpje ‘Referenda’ wijs ik het Ukraine-referendum af omdat het een destructief referendum is. Dat referendum moet worden behandeld op dezelfde manier waarop in het parlement een destructief amendement wordt behandeld, namelijk niet. Dat wordt meteen in de prullenbak gegooid. Dat Ukraine-referendum is een variant van het bestuursrechtelijke beginsel van behoorlijk bestuur onder de naam détournement de droit. Dat is het recht gebruiken voor een ander doel dan waarvoor het is geschreven. Als Premier Rutte een beetje verstand van recht zou hebben zou hij nu niet met dat referendum in zijn maag zitten.

Tot slot nog dit. In een federatie zoals die van Amerika worden verdragen gesloten door de President, na overleg en overeenstemming met de Senaat. Als Europa een federatie zou zijn, dan zouden we deze problemen helemaal niet hebben. Als u zin hebt om u aan te sluiten bij groepen van Europese federalisten dan zie ik dat graag in de Agora van onze Sterk Leren Academy.


Delen: Facebooktwitterredditlinkedinmail