door Leo Klinkers, januari 2017

Inleiding

Het streven naar een federaal Europa is als grondvuur, karakteristiek voor heide- en veenbranden. Dat type vuur verspreidt zich onder de grond, komt af en toe bovengronds, maar is dan moeilijk te bestrijden omdat de bron zich onder de grond voortdurend verplaatst. Men kan twisten over de vraag of dat bovengrondse vuur goed of slecht is. In algemene zin zijn bos-, veen- en heidebranden niet zonder meer slecht. Soms worden ze zelfs met opzet aangestoken om nieuwe vruchtbaarheid te creëren. Zo planten eucalyptusbomen – met hun bijzondere etherische olie – zich alleen voort als hun zaden verhit worden.

Federalisme is ook zo’n bron van vruchtbaarheid. In drie opzichten. In de eerste plaats doordat het iets laat verdwijnen wat we (bijna) allemaal graag zien verdwijnen, namelijk nationalistisch gedreven oorlogen. In de tweede plaats omdat het ons iets teruggeeft wat door de komst van intergouvernementele besturingssystemen na de tweede Wereldoorlog is vernietigd, namelijk soevereiniteit in eigen huis. In de derde plaats is federalisme de beste constitutionele en institutionele fundering voor Europees Burgerschap, als voorwaarde voor Europese Welvaart en Veiligheid.

Ik zal de begripsmatige aspecten van deze drie vruchtbaarheidskenmerken van federalisme niet nader toelichten. Anders zou ik herhalen wat ik met de Serie van vier videocursussen over ‘Federalisering’ in de Rubriek ‘Sterk met Europa’ al in detail heb verteld. Dus verwijs ik kortheidshalve naar die vier video’s.

Vijf boekbesprekingen

Deze serie Episoden van opflakkerende Europese verbondenheid in de context van Federalisme bouwt voort op het begripsmatige karakter van die vier videocursussen. Zij bevat besprekingen van boeken over markante perioden waarin het al eeuwen ondergronds brandend federaal vuur ineens boven de grond kwam en vruchtbaarheid creëerde.

Over vruchtbaarheid gesproken: de creatie van het federale Amerika aan het einde van de 18e eeuw heeft gediend als voorbeeld voor vele andere. Op dit moment woont al 40% van de wereldbevolking in zo’n 28 federaties.

De eerste boekbespreking handelt over de geboorte van de federale Verenigde Staten van Amerika. De ‘moeder van die baby’ was de Conventie van Philadelphia, een groep van 55 personen die als vertegenwoordigers van 13 confederale staten van mei tot en met september 1787 in Philadelphia het confederale Verdrag van de Articles of Confederation in de prullenbak gooiden en een federale Constitutie ontwierpen. En daarmee een verbondenheid creëerden die uiteindelijk 50 staten ging omvatten.

Als ‘vader’ fungeerden de drie schrijvers van de beroemde Federalist Papers: Alexander Hamilton, James Madison en John Jay. Zij schreven tussen oktober 1787 en mei 1788 niet minder dan vijfentachtig Papers om aan de burgers van de dertien afzonderlijke confederale staten uit te leggen waarom ze de confederale staatsvorm – te vergelijken met de huidige EU – beter konden verruilen voor een federale. Op een breed maatschappelijk vlak meedenkend en discussiërend over die Federalist Papers nam een meerderheid van die burgers dat gedachtengoed over. Zij gingen akkoord met het weggooien van het confederale Verdrag en ratificeerden de federale Constitutie. Daardoor zijn de Verenigde Staten van Amerika vanaf 1789 gebaseerd op een Grondwet van slechts zeven artikelen, een briljant constituerend document dat in de loop der jaren nog is verbeterd met zevenentwintig amendementen.

In Deel 3 van de reeds genoemde videocursussen, getiteld Waarom kozen de Amerikanen voor een federale staat? behandel ik dat federale Amerikaanse wordingsproces vanuit het gezichtspunt van de Conventie van Philadelphia. Nu – in deze serie van besprekingen van boeken over opflakkerend Europese verbondenheid in de context van federalisme – ga ik dieper in op de Federalist Papers. Het accent ligt op de vraag hoe de schrijvers van die Papers twee gedragingen van de Conventie behandelden. Gedraging 1: welke unieke vernieuwing in de politieke theorie en praktijk heeft die Conventie tot stand gebracht? En gedraging 2: welke vermetele stappen heeft die Conventie gezet. Vermetel in de zin van gedrag dat men moet typeren als out-of-the-box.

Fundamenteel denkwerk over Europees federaliseren dateert al vanaf 1600 door de geschriften van Althusius. Andere Europese filosofen – zoals Rousseau, Montesquieu en Locke – hebben dat werk voortgezet en verbeterd. De leden van de Conventie van Philadelphia waren op de hoogte van die geschriften. Ze kenden hun klassieken. Strikt genomen is de Amerikaanse Constitutie daarom gebaseerd op het gedachtengoed van Europese filosofen. Daarmee rechtvaardig ik dat de eerste boekbespreking weliswaar over het Amerikaans federalisme handelt, maar niettemin mag vallen onder deze Serie Episoden van opflakkerende Europese verbondenheid in de context van Federalisme.

Het tweede boek heeft als titel Wij Europeanen (2015) en is geschreven door Wim de Wagt, kunsthistoricus, universitair docent en schrijver van boeken over architectuur, kunst en joodse geschiedenis. De Wagt beschrijft gedetailleerd hoe in het Interbellum – de periode tussen de twee wereldoorlogen van de 20e eeuw – op een zeer grote schaal werd gesproken, geschreven en vergaderd over de noodzaak om een verenigd – en eenieder verbindend – Europa te maken door middel van federaliseren. Om op die manier welvaart en veiligheid op een brede Europese schaal te realiseren. Er was tussen 1920 en 1940 in de Europese samenleving een maatschappelijk breed gedragen wens om door middel van natiegrensoverschrijdende juridisch/institutionele maatregelen duurzame Europese verbondenheid en burgerschap te creëren – als voorwaarde voor welvaart en veiligheid op Europese schaal.

Vele bekende personen, ook van buiten Europa, deden hieraan mee. De Wagt geeft ze allemaal een plaats, maar concentreert zich op twee figuren, de Franse staatsman Aristide Briand en zijn Duitse collega Gustav Stresemann. Deze twee probeerden een vorm van Europese, maar vooral ook Frans-Duitse samenwerking te creëren onder een federale noemer. Dat wil zeggen: Briand en Stresemann zagen hun strevingen als een vorm van federalisering, maar strikt genomen – als men de begripsmatige kenmerken van federalisering op de keper beschouwt – waren het pogingen om op economisch gebied te gaan samenwerken.

Samenwerken op een of meer beleidsgebieden is het kenmerk van intergouvernementeel besturen. En dat is ver verwijderd van federalisering. Dat doet overigens niet af aan de waardevolle, beschrijvingen van De Wagt die gedetailleerd de opkomst en daarna de val van dit confederaal-achtig streven in Europa weergeeft. Bij de bespreking van zijn boek ga ik verder in op de toenmalige wijdverbreide misvatting om intergouvernementele samenwerking de benaming ‘federalisering’ te geven. Een misvatting die zelfs heden ten dage nog bestaat, ook in Brusselse kringen. Om de ernst van deze misvatting te duiden: de door menig politicus geuite bewering dat een federatie een superstaat is ligt op het niveau van stellen dat de aarde plat is en dat de zon om de aarde draait.

Het derde boek is van Andrea Bosco, vermaard auteur over federalisme. Net als Wim de Wagt beschrijft hij de opflakkerende Europese verbondenheid in de context van federalisme tijdens het Interbellum. Maar hij benadert het totaal anders. In zijn boek June 1940, Great Britain and the First Attempt to Build a European Union (2016) neemt hij even ruimte om te wijzen op het confederale karakter van de strevingen van Briand en Stresemann, en beschrijft hij hoe vanaf de Eerste Wereldoorlog een bijna wereldomspannende golf van federaliseringsstreven ontstond, aangedreven door – nota bene – Groot-Brittannië. Het is overigens merkwaardig dat Wim de Wagt nergens laat blijken dat vanuit Engeland een groot aantal jaren naarstig werd gestreefd naar een Europese Federatie, en dat bij de bespreking van het boek van Bosco nauwelijks blijkt dat Briand en Stresemann met dezelfde soort acties bezig waren op het continent.

Alvast een klein inkijkje in dat boek van Bosco. Na de Eerste Wereldoorlog was het Verdrag van Versailles zó streng voor Duitsland dat het de voedingsbodem legde voor de Tweede Wereldoorlog. Een van de auteurs van dat Verdrag – de Engelsman Philip Kerr, beter bekend als Lord Lothian – had dit snel door, begreep tevens dat de net opgerichte Volkenbond (de League of Nations) door haar nadruk op ‘nations’ niet in staat zou zijn het primair natiestatelijk denken en handelen te ontzenuwen, waardoor de komst van nog een oorlog voorspelbaar was. Lothian legde de kiem voor denken in Europees federaliseren omdat alleen een federatie ‘de anarchie’ van het gebied tussen natiestaten met democratische organen bestuurlijk zou kunnen dekken en daarmee Europese verbondenheid zou kunnen garanderen.

Deze laatste zin kan niet vaak genoeg herlezen worden: van hoog tot laag zag men in het Interbellum de uit 1648 stammende Westfaalse natiestaat, met zijn krampachtig vasthouden aan strakke landsgrenzen en absolute nationale soevereiniteit als de belangrijkste oorzaak voor de afwezigheid van verbondenheid en daarmee het voorspelbaar opnieuw ontstaan van een oorlog op wereldschaal. Het feit dat tussen die soevereine natiestaten geen grensoverschrijdend bestuur bestond werd zonder enige schroom aangeduid als anarchie. En daarmee als de oorzaak van de steeds weer terugkerende oorlogen. Anarchie in de zin van het ten onrechte ontbreken van constitutionele en institutionele voorzieningen om zorgen en belangen die Europese landen met elkaar deelden dan ook met een gedeeld bestuur op te lossen.

Zover was men honderd jaar geleden al. En wat zien we nu, in het tweede decennium van de 21e eeuw? Met het voorspelbare succes van populisme proberen nationalistisch-gedreven personen de democratische procedures te kapen om met nieuw verworven macht Europa weer naar het duistere verleden van de elkaar bevechtende natiestaten te schoppen.

Honderd jaar geleden was dat wel anders. Het werk van Lothian en zijn volgelingen leidde in Engeland tot een massaal enthousiasme voor Europese en zelfs voor wereldwijde federalisering, uit te monden in een wereldregering. Bosco toont aan de hand van archiefmateriaal dat Churchill, samen met De Gaulle, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aan de Franse regering zelfs een federale unie van beide landen aanbood. Dat mislukte door miscommunicatie op het moment dat de Duitse troepen op het punt stonden om Parijs in te nemen. Het navrante van dit boek is het feit dat uitgerekend Engeland – met het Brexit-besluit nog maar een paar maanden achter ons – zich in het Interbellum opwierp als leider van het leggen van een fundament onder Europees federaliseren, met zelfs een poging tot een federale verbinding met de Verenigde Staten van Amerika.

Het vierde boek heet De ziekte van Europa (2015) en is geschreven door Guy Verhofstadt, voormalig Premier van België en nu voorzitter van de ALDE fractie in het Europees Parlement. Hij concentreert zich op het beschrijven van de vele ziekten waaraan de Europese Unie lijdt, waarom en hoe het intergouvernementele besturingssysteem van de EU daarvan de oorzaak is en waarom een federaal Europa dergelijke ziekten niet zou hebben. Het is geen opgewekte lectuur. Maar zonder grondige kennis van dit boek kan er geen leerproces zijn om het steeds weer herhalen van dezelfde fouten te stoppen en net zoals de Conventie van Philadelphia eindelijk eens het disfunctionerende en ondemocratische intergouvernementele EU-bestuurssysteem te verruilen voor een democratische Europese Federatie als instrument voor de broodnodige Europese verbondenheid en burgerschap.

Het vijfde boek is getiteld Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid (2015). Auteur is Frans Timmermans, Vicevoorzitter van de Europese Commissie. Dit boek is een emotionele oproep aan geheel Europa om de grondslagen van Europese verbinding en solidariteit opnieuw te formuleren en te verankeren. Onder verwijzing naar crises binnen de EU die het populisten gemakkelijk maakt om angst en haat te verspreiden vraagt Timmermans aandacht voor het hervinden van de basale kracht om waarden als vrijheid, gelijkheid en broederschap weer als leidende motieven voor Europees samenleven te nemen. Hoewel hij nergens in zijn boek spreekt over federalisme als een instrument dat daarbij dienstbaar kan zijn, is zijn pleidooi voor hernieuwde verbondenheid moeiteloos te vervatten in het bredere federale staatkundige perspectief.

Nu pas kan ik antwoord geven op de vraag waarom dit document als titel heeft: ‘Waarom deze serie van vijf boekbesprekingen?’ Uit de bespreking van deze vijf boeken blijkt:

a.     dat breed gedeeld maatschappelijk streven naar (1) welvaart en veiligheid in Europa door middel van (2) het creëren van meer verbondenheid tussen de landen en grensoverschrijdend burgerschap, (3) op hun beurt te realiseren door het anarchistische gebied tussen natiestaten te dekken met federaal recht en organisatie, tussen WOI en WOII zeer sterk opflakkerde, maar dat zo’n Europese Federatie tot op dit moment nog niet is gerealiseerd;

b.    dat langzaam maar zeker duidelijk lijkt te worden hoe het komt dat zo’n Europese Federatie nog niet is gerealiseerd en we nu weer in een periode van Europese desintegratie terecht zijn gekomen;

c.     dat de oorzaak te maken heeft met het feit dat vier zaken – als noodzakelijk te vervullen voorwaarden voor het creëren van een Europese Federatie – tot nu toe niet tegelijk in de tijd aanwezig waren;

d.    te weten (1) een zeer ernstige crisis die politici noodzaakt om uit hun comfortzone te komen, (2) een breed gedragen maatschappelijke wens om Europese verbondenheid en burgerschap te funderen op een hechte staatsvorm die de eigen identiteit, soevereiniteit en autonomie van elke deelnemend land blijft garanderen, maar toch dat gebied van anarchie tussen de lidstaten met gedeeld bestuur afdekt, (3) grondige conceptuele kennis van de constitutionele/institutionele kenmerken van een federatie, en van de oorzaken van het tot nu toe mislukken daarvan in Europa, (4) politieke moed om op basis van die kennis vernieuwingen te plegen door middel van out-of-the-box maatregelen.

Pas als deze vier elementen tegelijk in de tijd aanwezig zijn – zoals het geval was in Amerika aan het einde van de 18e eeuw – is er voldoende energie om de ‘raket van federalisering door de dampkring te jagen’ zodat die niet meer kan terugvallen op aarde.

Laat me een voorbeeld geven. In Wij Europeanen beschrijft Wim de Wagt:

a.     de aanwezigheid van een gigantische crisissituatie in het Interbellum;

b.    de aanwezigheid van een zeer breed maatschappelijk draagvlak om Europese welvaart, veiligheid, verbondenheid, burgerschap te realiseren door middel van landsgrensoverschrijdend federaal recht en organisatie;

c.     maar onvoldoende breed gedragen politieke moed om daarnaar te handelen;

d.    en tevens de afwezigheid van de staatsrechtelijke en organisatorische kennis die nodig is om die doelen te realiseren met het enige instrument dat dit mogelijk kan maken, namelijk een Europese Federatie.

Wat punt d) betreft: de kleine groep politici die toen wel over politieke moed beschikten misten voldoende kennis van het instrumentarium dat zij wilden inzetten om die transnationale doelen te bereiken. Ze wilden steeds een confederaal – intergouvernementeel – instrument gebruiken en daarmee ontbrak de juiste doel-middel relatie. Zoals elke meubelmaker je kan vertellen dat je nooit een houten stoel moet vastschroeven op een metalen frame. Dat laat na verloop van tijd los, dat desintegreert. Die doel-middel relatie faalt. En er waren geen mensen als Hamilton, Madison en Jay om aan de Europese burgers en politici uit te leggen waarom een confederale staatsvorm een systeemfout is die desintegrerend werkt, en dat een federale staatsvorm het enige instrument is om het bereiken van die doelen te garanderen. En dus liep al hun federaliseringsstreven enkele jaren voor het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog vast. Om na die oorlog door te gaan met het maken van dezelfde fouten, leidend tot de huidige desintegrerende Europese Unie. De kern van de fout is: veronderstellen dat een intergouvernementeel besturingssysteem op den duur kan evolueren tot een federaal besturingssysteem. Dat is hetzelfde als denken dat muizen op den duur kunnen doorgroeien tot olifanten omdat ze net als olifanten vier poten hebben. Nogmaals verwijs ik naar de vier videocursussen in de Serie ‘Federalisering’ voor een goede begripsmatige fundering van de vereiste kennis op dit vlak.

Op dit moment – anno 2016/2017 – is er bepaald ook sprake van een ernstige crisissituatie. Zowel geopolitiek, als intern binnen Europa. Ook is er een breed gedragen streven tot federalisering. Duizenden Europeanen zijn in talloze organisaties hiermee bezig. Maar de politici – vooral de regeringsleiders en staatshoofden in de Europese Raad – tonen een en andermaal dat ze niet over de vereiste begripsmatige kennis beschikken om het desintegrerende intergouvernementele besturingssysteem van de EU in te ruilen voor een federaal stelsel, laat staan dat ze daar – onder de druk van het opkomende populisme en nationalisme – de moed voor hebben.

Straks leest u de besprekingen van de vijf boeken over hoogtepunten van opflakkerende Europese verbondenheid in de context van federalisme. Daarin vindt u het oorzakelijk complex dat verklaart waarom een Europese Federatie tot nu toe niet tot stand is gebracht. Ik geef zo meteen dat oorzakelijk complex alvast schematisch weer in de vorm van noodzakelijk te vervullen voorwaarden om tot een federatie te komen.

Voor de liefhebbers van formele logica: zie dat schema dus inderdaad als een reeks noodzakelijke voorwaarden, de conditiones sine qua non. Dus te lezen als: als niet p, dan niet q. Of in logica-jargon: -p > -q.

Het schema is de meest beknopte samenvatting voor het antwoord op een vraag die vele duizenden Europeanen zich al tientallen jaren stellen: waarom is er nog geen federatie? Na het schema licht ik de punten 1-9 kort toe. Met die kennis is het eenvoudiger om de boekbesprekingen die daarna volgen te verinnerlijken.

Noodzakelijke voorwaarden welvaart veiligheid Europa

Als u het schema een paar keer van boven naar onder en omgekeerd leest, dan begrijpt u waarom de pijlen allemaal naar boven wijzen: de onderste laag bevat de noodzakelijke voorwaarden voor het bereiken van de volgende laag, en die laag is dan weer een noodzakelijke voorwaarde voor het realiseren van de volgende laag, en zo voort. Daarom begin ik dus onderin, bij de punten 6-9 en werk zo omhoog.

Terzijde: als bestuurskundige heb ik de afgelopen veertig jaar vele (organisatie)schema’s gezien, vol met pijlen die alle kanten op wijzen. Meestal ook pijlen met punten aan weerszijden. Fout. Elke indiaan kan je vertellen dat een fatsoenlijke pijl maar één punt heeft.

Punt 6: als er geen crisis is hebben leidinggevende politici geen reden om uit hun comfortzone te komen. De vijf boeken beschrijven ernstige crisissituaties. Maar alleen het eerste boek, de Federalist Papers, laat zien waarom de crisis in Amerika leidde tot die out-of-the-box vernieuwing in de vorm van federalisering. Hoewel de vier andere boeken niet minder indringend een crisissituatie in Europa beschrijven – in het Interbellum en na WOII – lijkt die nog niet zo ernstig dat de betrokken politici zich achter hun oren gaan krabben om drastisch te gaan vernieuwen. Dat zou kunnen veranderen als President Trump enkele campagnebeloften gaat invullen: a) minder bemoeienis met de NATO, b) geen vrijhandelsverdrag met Europa (protectionisme), c) niet langer deelnemen aan het milieu-akkoord.

Europa zal in geval van a) eindelijk een gemeenschappelijke defensie moeten opzetten; b) de economische belemmeringen die nu nog binnen Europa bestaan verwijderen en zich als een eenheid richten op handel met andere continenten in de wereld; c) alle gelederen sluiten om het milieu-akkoord te redden. Dat kan alleen door middel van federalisering.

Punt 7: de Eurobarometer laat zien dat een meerderheid van de EU-burgers nog steeds de Europese verbondenheid belangrijk vindt. Er bestaan weliswaar grote twijfels over het functioneren van de EU als instrument voor die verbondenheid, maar niettemin acht een meerderheid een verbindend Europa een goede en belangrijke zaak. Dat is echter een zwijgende meerderheid. Politici worden er niet opgewonden van. Er is weliswaar een sprekende minderheid, maar die treedt nog in onvoldoende mate als een eenheid op om zodanige geluiden te articuleren dat de zwijgende meerderheid opstaat en meedoet. Ik noem enkele organisaties van die sprekende minderheid.

In de eerste plaats de Unie van Europese Federalisten (Union of European Federalists, Union Europäischer Föderation, Union des Fédéralistes Européens). Deze Unie is in 1946 opgericht. Het is een gerenommeerde organisatie met een groot internationaal netwerk. Met publicaties, conferenties en acties bewerkt zij het maatschappelijke en politieke krachtenveld.

In de tweede plaats de Europese Federale Partij (European Federalist Party). Die is opgericht in november 2011, dus nog vrij jong. Omdat het Verdrag van Lissabon geen Europees-wijde verkiezing toestaat en de verkiezing van Europarlementariërs dus per land moet geschieden, is deze EFP verplicht om zich in elk EU-land met een lijst van kandidaten voor verkiezing aan te melden. Voor zover mij bekend is dat al in tien EU-landen het geval. Ook in Engeland en in Nederland. De Nederlandse tak werd op 17 mei 2012 opgericht. Dus bij de volgende Euroverkiezingen kunt u stemmen op een Nederlandse EFP-kandidaat.

In de derde plaats is er de JEF-organisatie (Jonge Europese Federalisten, Jeunes Européens Fédéralists, Young European Federalists). Die telt ongeveer 25.000 leden. De JEF-organisatie heeft een structuur van drie lagen. Er is een JEF-Europe, een JEF-organisatie per EU-land (zelfs ook buiten de EU), en vele JEF-groepen gekoppeld aan een gemeente – zoals bijvoorbeeld JEF-Maastricht – om een van de enthousiaste groepen te noemen. JEF-organen zijn permanent bezig met federale cursussen, werk- en actiegroepen

In de vierde plaats is er een groep federalisten in het Europarlement. Maar hun slagkracht is gering. Vooral ook doordat leidinggevende federale Europarlementariërs nog steeds op dezelfde manier denken als hun collega’s in het Interbellum, namelijk veronderstellen dat het intergouvernementele EU-besturingssysteem door middel van wijziging van het Verdrag van Lissabon kan evolueren tot een Europese Federatie. Dat is dus die veronderstelling dat muizen kunnen evolueren tot olifanten. Of, om het op een andere manier te zeggen: een verkeerd instrument wordt niet, door er een tijd mee te werken, vanzelf een goed instrument. Het is vooral deze conceptuele onwetendheid die tijdens het Interbellum dat streven naar een Europees-wijde welvaart en veiligheid frustreerde.

Voorts is er in heel Europa een onvoorstelbaar groot aantal (wetenschappelijke) instituten, bewegingen, studiegroepen, actiegroepen – en wat dies meer zij – dat zich met het streven naar Europese gezamenlijkheid bezighoudt en waarvan een deel uitdrukkelijk het instrument van federalisering hanteert.

Hoewel er getalsmatig zeker een groot maatschappelijk – en deels ook een politiek – draagvlak bestaat voor het streven naar veel meer Europese verbondenheid en burgerschap als voorwaarde voor Europese welvaart en veiligheid, heeft dat draagvlak het kenmerk van verbrokkeldheid. Er worden momenteel wel pogingen ondernomen om de gelederen te sluiten. Bijvoorbeeld door de oprichting van de organisatie Stand Up For Europe, met als doel de creatie van de United States of Europe. Of dit, en andere initiatieven tot meer gezamenlijk optreden succes zal hebben moeten we afwachten. Het feit dat de genoemde European Federalist Party inmiddels is samen gegaan met Stand Up For Europe geeft goede hoop en moed.

Overigens blijkt hieruit opnieuw hoe belangrijk een persoonlijke inzet is. De European Federalist Party is het werk van een jonge Italiaan – Pietro de Matteis – die in de stijl van Altiero Spinelli, auteur van het beroemde Ventotene Manifest van 1941 – deze politieke partij heeft opgericht en deze nu met Stand Up For Europe heeft laten samengaan. Anders dan het geval is in bijvoorbeeld Nederland bestaat er in Italië een belangrijke maatschappelijke beweging pro Europese federalisering.

Punt 8: de noodzakelijke aanwezigheid van begripsmatige kennis over de essentie van federalisme, van het federaliseringsproces in Amerika aan het einde van de 18e eeuw, van de oorzaken van het mislukken van het federaliseringsstreven tijdens het Interbellum en van de oorzaken van het desintegreren van de EU is waarschijnlijk het zwakste element. Het is verbazingwekkend dat slechts zelden een Europees politicus in woord en geschrift getuigt van grondige kennis van deze onderwerpen.

Laat me er drie noemen, hopend dat ik daarmee anderen geen onrecht doe. In de jaren tachtig was Jacques Delors – Europarlementariër en Voorzitter van de Europese Commissie – een voorstander van een federaal Europa conform de Verenigde Staten van Amerika. Hij werd echter keihard getackeld door Margaret Thatcher – onder meer in haar beruchte toespraak in het Lagerhuis, een toespraak die bekend is geworden onder de woorden No, no, no.

Voor de liefhebbers: zie die toespraak in Deel 1 van de serie van vier videocursussen in de Rubriek ‘Sterk met Europa’.

Meer recentelijk heeft Michel Barnier zich als een fervent federalist ontpopt. Hij was Eurocommissaris van 1999 tot 2004 en is in 2016 door de Europese Commissie benoemd als de functionaris die namens de EU met Engeland zal onderhandelen over de manier waarop beide partijen Brexit zullen regelen. In de derde plaats natuurlijk Guy Verhofstadt die met een reeks geschriften een en andermaal zijn uitgebreide kenniscomplex inzake federalisering heeft laten zien. En dat brengt me bij Punt 9.

Punt 9: dat is de noodzakelijke voorwaarde van politieke moed om te handelen naar de kennis waarover men beschikt. Omdat die vereiste begripsmatige kennis naar mijn – mogelijk beperkte – inzichten bij Europese politici nagenoeg ontbreekt valt er weinig eer te behalen met het tonen van politieke moed. Maar …. behalve de aanwezigheid van mensen als Barnier en Verhofstadt lijkt zich in de overloop van 2016 naar 2017 iets opmerkelijks voor te doen. In aanloop naar de Franse verkiezingen in april 2017 blijkt Emmanuel Macron in de peilingen zeer sterk naar voren te komen. Macron besteedt geen tijd en energie aan het bestrijden van populisten en nationalisten, maar plaatst met een positief en opbouwend betoog het belang van een verder te verbinden Europa op de voorgrond. Dat lijkt bij de Franse bevolking aan te slaan. Eenzelfde soort reactie speelde al eind 2016 in Oostenrijk toen – tegen de verwachtingen in – bij een tweede stemronde Alexander van der Bellen de verkiezing won. Eveneens een positief-constructief Europeaan. Ook binnen de Europese Commissie is zo’n opbouwend geluid te horen. Vicevoorzitter Frans Timmermans geeft met zijn boek ‘Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid’ een helder signaal voor het nut en de noodzaak om onverkort te blijven strijden voor versterking van de verbindingen binnen en tussen Europese landen.

Ongetwijfeld zijn er meer van dergelijke politici die hun energie niet verliezen in zinloze gevechten tegen de zwarte gaten die populisten en nationalisten als eigentijdse Rattenvangers van Hamelen menen te moeten trekken. Maar de realiteit gebiedt te zeggen dat de punten 6 – 9 aan het begin van 2017 niet allemaal zeer sterk zijn, en dus ook niet alle vier tegelijk op dit moment in onderlinge samenhang zoveel kracht uitstralen dat zij kunnen fungeren als voorwaarden voor het vervullen van Punt 5: de creatie van een verbindende Europese Federatie in plaats van de desintegrerende intergouvernementele Europese Unie. Zolang dit niet is gerealiseerd falen ook de noodzakelijk te vervullen voorwaarden 1 – 4.

Vervolg

Ik nodig u uit om kennis te nemen van de volgende delen in deze serie. Ik beveel u aan ze ook in die volgorde te lezen

Deel 1, Alexander Hamilton, James Madison, John Jay, The Federalist Papers

Deel 2, Wim de Wagt, Wij Europeanen

Deel 3, Andrea Bosco, June 1940, Great Britain and the First Attempt to Build a European Union

Deel 4, Guy Verhofstadt, De ziekte van Europa

Deel 5, Frans Timmermans, Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid

 

Ik wens u bij het bestuderen van de boekbesprekingen veel leesplezier toe.

En dat het u stimuleert om deel te nemen aan het streven naar een Europese Federatie.

 

Download gratis ‘The European Federalist Papers’

Delen: Facebooktwitterredditlinkedinmail