door Leo Klinkers, januari 2017

Hieronder volgt het laatste deel uit de serie Episoden van opflakkerende Europese verbondenheid in de context van Federalisme.


 

Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid

Auteur Frans Timmermans, e-Book 2015

Broederschap Timmermans

Inleiding

In het begin van dit document Episoden van opflakkerende Europees federalisme vertelde ik al dat Frans Timmermans met zijn boek Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid, helemaal niet praat over Europees federalisme. Sterker nog, hij is een overtuigd voorstander van de huidige verdragsrechtelijke basis van de Europese Unie. En daarmee ook voorstander van wijziging van dat Verdrag van Lissabon als de noodzaak daartoe zich aandient.

Ik moet Timmermans dus rekenen tot de groep van Europese politici die veronderstellen dat je met een intergouvernementeel verdrag – en met aanpassingen daarvan – een levensvatbare EU kunt hebben en houden. Dus zonder te beseffen dat het uiteenvallen van die EU niet wordt veroorzaakt door een bozige buitenwereld en enkele ongehoorzame lidstaten, maar door het feit dat haar fundament zo disfunctioneel is dat ze bezwijkt onder de druk van extern-gedreven (geopolitieke) problemen en daaruit voortkomende intern-gedreven conflicten. Uiteraard kan achter de voorkeur voor het verdrag als basis van de EU een andere reden schuilgaan: als Timmermans in zijn positie over het nut en de noodzaak van een Europese Federatie zou gaan praten, zou de hele Europese Raad van 28 (nu 27) regeringsleiders en staatshoofden hem politiek ‘onthoofden’. Dus vindt hij het misschien verstandiger om daarover nu (nog?) niet hardop te praten.

Politici die oprecht denken dat Europa een welvarende en veilige toekomst heeft door bestendiging van de huidige verdragsrechtelijke basis hebben grote moeite om te (h)erkennen dat de interne crises – die ze wel degelijk zien – juist uit dat verkeerde fundament voortkomen. Mechanisch grijpen ze naar het instrument van verdragsrechtelijke aanpassingen: nog meer concessies (opt-outs) en compromissen. Om enkele jaren later vast te stellen dat het nog erger is geworden. Enfin, ik hoef hier niet te herhalen hoe Verhofstadt deze ellende beschrijft.

Toch is er een goede reden om dit boek als vijfde in deze reeks te bespreken. Het gaat namelijk van begin tot het einde over Europese basiswaarden. Als zodanig kan men zijn boek hogelijk waarderen als een lange uitwerking van beginselen uit de Franse Revolutie van 1789: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Alsook van een voortborduren op de onvervreemdbare rechten die genoemd worden in Amerikaanse Declaration of Independence van 1776: life, liberty and the pursuit of happiness.

Daarom toch mijn aandacht voor dit boek. Een bespreking in de zin van weergave van belangrijke citaten. Alle citaten samen verwoorden waar het volgens Timmermans in Europa over moet gaan. Betere pro-Europa-formuleringen ken ik niet. En als bij hem het besef doordringt dat federalisering het instrument is om die idealen te realiseren, dan komen we weer een stap verder.

Letterlijke citaten uit het boek Broederschap

‘Na deze kluwen van crises, die met name in de westerse wereld de middenklasse heel hard treft, komt daar nu de vluchtelingencrisis overheen. Het is bijna wat in het Engels aan ‘a perfect storm’ wordt genoemd. Alle plagen van Egypte lijken samen te komen. Daar staan we dan. Wat doen we ermee? Wat doen we eraan? Jammeren helpt niet. Wegduiken ook niet. Aan de slag, zou ik zeggen. Want er is zo veel om voor te leven, zo veel om van te houden, aan te werken.’ (p. 8)

‘De oplossing is dezelfde die door Victor Hugo indertijd al is aangeduid: zie de samenhang der dingen, zie vooral de verbondenheid van alle mensen in onze samenleving – die weer onlosmakelijk verbonden is met andere samenlevingen. Durf de stap te nemen om die verbondenheid niet steeds als een groot gevaar te zien, maar juist als onze grootste kans.’ (p 9)

‘Ook ik vraag me af of we niet iets te veel het vermogen hebben verloren om écht te kijken naar andere mensen. En als je de wereld niet meer door de ogen van een ander kunt zien, raak je ook jezelf een beetje kwijt.’ (p. 12)

‘Bang zijn voor iedereen: misschien is angst wel de grootste drijvende kracht in de politiek geworden in de afgelopen vijftien jaar. Als politiek instrument is niets sterker dan angst. Niets is verleidelijker voor een politicus dan het inspelen op die angst, die angst te gebruiken. Waarom? Omdat angst juist dat kijken in de weg staat: als mensen bang zijn, zoeken ze nog maar één ding: bevestiging voor de rechtvaardiging van de angst.’ (p. 19)

‘Er zijn genoeg politici in Europa die staan te popelen om die bewijzen voortdurend aan te dragen. Als die angst domineert, zien we alleen nog maar de bedreiging en niet meer de kansen.’ (p. 20)

‘Helaas, de vertrouwenscrisis raakt alle vormen van bestuur, raakt de politiek op alle niveaus en kan dus alleen op alle niveaus worden geadresseerd. Waarbij de EU de rol zal moeten spelen van het gezamenlijk oplossen van vraagstukken die de invloed of de macht van de individuele landen overstijgen. Van het op basis van verdragen, afspraken en wetten beslechten van conflicten die in het verleden alleen werden opgelost met machtsmiddelen en vaak gepaard gingen met veel bloedvergieten.’ (p. 25)

‘Voor alle helderheid: de mensen die nu om het hardst schreeuwen om dichte grenzen, willen in feite muren om ons heen. Zij zien grenzen als de limes van het Romeinse rijk: bastions tegen de barbarij, schuttingen om al wat vreemd is buiten de poort houden. Maar grenzen zijn er niet om buiten te sluiten of binnen te houden – daar zijn muren of hekken voor. Grenzen zijn een afbakening van het een tegenover het ander, een afbakening die onderlinge relaties reguleert, makkelijker maakt. Grenzen zijn er juist om uitwisseling en onderling begrip te vergemakkelijken en vergroten, zonder dat de nuttige verschillen tussen gemeenschappen verloren gaan.’ (p. 33)

‘In Europa is een schrijnend gebrek zichtbaar aan solidariteit ín samenlevingen en tússen samenlevingen. Waarom? Omdat, in mijn beleving, solidariteit niet iets is wat van boven kan worden opgelegd. Ook niet iets wat van onderen ontstaat. Solidariteit in een moderne samenleving wordt vanuit het midden georganiseerd.’ (p. 46)

‘Geen wonder dat het hemd dan al te vaak nader is dan de rok en het eigenbelang-op-korte-termijn harder doorklinkt dan het collectieve langetermijnbelang. En toch is er geen ander duurzaam antwoord op onze uitdagingen dan het zoeken van een collectieve respons. Dat vergt wel het herstellen en onderhouden van essentiële verbindingen in en tussen samenlevingen.’ (p. 48)

‘We zijn de schoonheid van het verhalen vertellen kwijtgeraakt en tegelijkertijd is de behoefte aan verhalen misschien wel groter dan ooit. En die behoefte begint bij het onderwijs. Kinderen die veel woorden horen en veel lezen, worden slimmer. Ze meer laten lezen, laten luisteren, laten praten met elkaar en met andere generaties is in mijn ogen een essentiële voorwaarde voor de opbouw van het actieve en betrokken burgerschap waar onze samenleving zo naar hunkert.’ (p. 55)

‘Ook Europa zit dringend verlegen om een meer collectief bewustzijn over wat we delen en wat ons verdeelt, over waar we vandaan komen over welke gezamenlijke lotsbestemming wij hebben.’ (p 57)

‘Het zou wenselijk zijn als deze nationale arena’s een grotere politieke verantwoordelijkheid zouden voelen voor het verdedigen van het gezamenlijke Europese, in plaats van zich altijd vooral tegen het Europese niveau af te zetten.’ (p. 58)

‘Zeker bij de dringende en onvermijdelijke omschakeling naar een duurzame samenleving zal het uiterste worden gevergd van de ordenende en transformerende capaciteit van overheden op alle niveaus: lokaal, regionaal, nationaal, Europees, mondiaal. Dat die overheden onvoldoende kunnen rekenen op steun en vertrouwen bij hun mandatarissen, de burgers, is het enige echte en veruit het grootste struikelblok waarvoor deze generatie – en de volgende – zich geplaatst ziet.’ (p. 62)

‘’Waarom hebben we de Europese solidariteit zo georganiseerd? Waarom zit de Europese samenleving zo in elkaar? Waarom beschikken we over al die verdragen? Omdat wij door de Europese geschiedenis geleerd hebben dat verdragen de enige manier zijn om elkaar te blijven verdragen. Als we de basis van verdragen – harde afspraken – verliezen, kunnen we elkaar vroeg of laat niet meer uitstaan en zoeken we weer naar het machtsmiddel om elkaar de wil op te leggen. Dat is nu eenmaal een constante in de Europese geschiedenis.’ (p. 60)

‘Sterker nog, de mens wordt pas zichzelf als hij bereid is de wereld door de ogen van een ander te zien.’ (p. 77)

‘Onverschilligheid begint daar waar wat we horen en niet deugt, niet wordt tegengesproken. Dat we denken: laat maar, geen zin in ruzie. Dat we denken: het gaat wel over.’ (p. 82)

‘Mijn pleidooi voor Europa heeft te maken met het herontdekken van waar wij vandaan komen, en op basis daarvan een pad uitstippelen van waar wij naartoe willen. En waar wij naartoe willen, dat kan niets anders zijn dan een solidaire samenleving die van binnenuit, vanuit het centrum, naar de buitenkant wordt georganiseerd.’ (p. 88)

‘Vertrouwen – zowel in onszelf als onderling – zie ik pas echt terugkomen in de Europese samenlevingen als er weer geloof is in wat ons zou moeten verbinden, in het sociale contract dat iedere gemeenschap schraagt.’ (p. 91)

‘Zoeken naar wat ons bindt, is van levensbelang geworden. Die zoektocht overlaten aan mensen die alleen maar langs etnische of religieuze lijnen van uitsluiting kunnen denken, zal alleen de herzuiling in de hand werken. Immers zonder ‘verbinding’ geen ‘vertrouwen’. (p. 93)

‘Dat verbinden is geen doel op zich, maar een instrument om de gemeenschap sterker te maken en het individu in die gemeenschap de kans te geven het beste uit zichzelf te halen.’ (p. 95)

‘Verbinden heeft alleen echt zin als het de aanzet tot verheffen blijft geven. Ook daarbij speelt het midden in iedere samenleving een beslissende rol. Want daar zit ervaring met verheffing, maar ook met verlies. Daar zit de ambitie beter te worden, maar ook de vrees minder te worden. Een vrees die vandaag domineert en die mensen in het midden de lust ontneemt zich in te zetten voor mensen die het minder hebben, omdat ze niet door die groep opgeslokt willen worden – daarom proberen ze haar op afstand te houden. Maar als die verbindingen worden hersteld en gedeelde dromen in beeld komen, is de kans op verheffing weer aanwezig.’ (p. 95)

‘Vertellen, verbinden, verheffen. Dát is broederschap.’ (p. 98)

Slot

Ik hoop dat deze – overigens beperkte – uitsnede van citaten uit Broederschap voldoende legitimeert om dit boek mee te nemen in deze Episoden van opflakkerende Europese verbondenheid in de context van federalisme. In de maanden na het verschijnen van zijn boek moet Timmermans inmiddels begrepen hebben dat verdragen – als de verbindende basis van de Europese Unie – waardeloze vodjes papier zijn geworden. De EU-praktijk heeft in 2016 laten zien dat verdragsrechtelijke plichten door lidstaten worden genegeerd zodra zij zich in hun belangen bedreigd voelen. Dan halen ze hun schouders op over de juridische basis die hen verbindt en gaan ze ongestraft hun eigen weg.

Dat is een typisch kenmerk van een confederaal-intergouvernementeel besturingssysteem: zodra het moeilijk wordt houdt de verbondenheid op, trekt men zich met hernieuwde grensbewaking terug binnen een natiestatelijk domein, ontstaat er die anarchie-ruimte tussen natiestaten die de continentale en Engelse federalisten in het Interbellum wilden afdekken met grensoverschrijdend bindend recht en instituties om nieuwe conflicten te voorkomen en dan is het een kwestie van wachten op de eerste conflicten.

Ik ga ervan uit dat ook Timmermans – net als Churchill – door het reeds sluimerend aanwezige maatschappelijke draagvlak pro-Europese verbondenheid – gaat inzien dat alleen door middel van een ingrijpende verandering van de staatkundige structuur van de Europese Unie – namelijk de creatie van een federale staatsvorm – zijn idealen kan realiseren. Hopelijk komt dat besef niet te laat, zoals het geval was bij Churchill. Die deed zijn federaliseringsvoorstel aan de Fransen op het moment dat de Duitsers Parijs gingen innemen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij nog enkele spraakmakende speeches ten gunste van een Europese federatie gehouden, maar met de komst van het Schuman Plan van mei 1950 verdween het sterk door Engeland geleide streven naar een Europese federatie naar de achtergrond. En met Brexit dus naar de afgrond. Althans in Engeland. Het Europese continent zal hoe dan ook federaliseren. De vraag is alleen: wie neemt de leiding? En wanneer? Weer als het te laat is? Of nu op tijd?

 

Heeft u ook al kennis genomen van de andere delen in deze serie? Ik beveel deze ook aan (in volgorde) te lezen, na lezing van de introductie.

Introductie

Deel 1, Alexander Hamilton, James Madison, John Jay, The Federalist Papers

Deel 2, Wim de Wagt, Wij Europeanen

Deel 3, Andrea Bosco, June 1940, Great Britain and the First Attempt to Build a European Union

Deel 4, Guy Verhofstadt, De ziekte van Europa

Deel 5, Frans Timmermans, Broederschap. Pleidooi voor verbondenheid


Delen: Facebooktwitterredditlinkedinmail