In het kader van de rubriek Sterk met Europa belicht ik de juridische kant van de discussie over het CETA-verdrag. Weerstanden tegen dat verdrag zijn overwegend inhoudelijk van aard, waarbij minstens twee zaken opvallen. Niet iedereen heeft de feiten op orde, en het verzet is vooral behoudend van aard. Behoudend in de zin van: we zijn bang voor verlies van banen en voor verlies van kwaliteit van producten. Ik ga aan de inhoudelijke discussie voorbij om duidelijk te maken waar de staatsrechtelijke schoen wringt nu Wallonië medio oktober 2016 weigert mee te werken aan ondertekening van dat Verdrag. Veel mensen begrijpen dit niet. Hoe kan het zijn dat een kleine regio in België zo’n verdrag tussen Canada en de EU blokkeert?

Welnu, dat zit als volgt in elkaar.

Ten eerste. De kern van de zaak ligt in de unanimiteit van de besluitvorming in de Europese Raad. Dat zijn de 28 – niet democratisch gekozen – regeringsleiders en staatshoofden die bepalen wat er wel of niet in de EU gebeurt. Unanimiteit van stemmen betekent dat een besluit alleen doorgaat als ze het er allemaal mee eens zijn. Dat werkt als een splijtzwam in de beoogde Europese gezamenlijkheid. Als een lidstaat zich bedreigd voelt in zijn belangen trekt het aan de handrem met een verkapt veto. Om zo’n land toch over de streep te trekken moeten er absurde concessies worden gedaan en compromissen gesloten. En die jagen het splijtzwamkarakter van dit intergouvernementele systeem van besturen alleen maar aan. Het unanimiteitsbeginsel leidt in de praktijk tot een uitruil van stemgedrag in de EU-achterkamers – los van de inhoud – waar het begrip democratie toch al ver te zoeken is. Vandaar het woord ‘pervers’ in de titel van dit stuk. Elke poging om het angsthazerige en behoudende systeem van unanimiteit in de Europese Raad te verruilen voor het nemen van besluiten bij meerderheid van stemmen – dus de helft plus een – wordt tot nu toe geweigerd.

Ten tweede. Ter voorbereiding van de besluitvorming van die Europese Raad worden ministers van de lidstaten aan het werk gezet. Die vormen Onderraden van de Raad. In dit geval zijn het alle Ministers van Handel van de lidstaten die zich over dat CETA-verdrag moeten buigen. Maar ook daar geldt het beginsel van unanimiteit, in die zin dat als één Minister van Handel, om welke reden dan ook, de besluitvorming in die Onderraad niet deelt, dan is dat tevens een blokkade in de Europese Raad.

Ten derde. Nu komt Wallonië om de hoek kijken. Dat is een deelstaat van de federale Belgische staat. Hoewel België bijzonder veel respect verdient voor het feit dat het vanaf 1960 met zes zeer ingrijpende staatshervormingen de eenheidsstaat heeft omgevormd in een federale staat om op die manier Wallonië en Vlaanderen te laten samenleven zonder op elkaar te schieten, is die federale staat nog niet af. Wat er nog niet klopt in dat federale stelsel van België wordt helder uitgelegd door collega-auteur Herbert Tombeur in Paper 19 van onze European Federalist Papers. U kunt die Papers gratis downloaden in de rubriek Sterk met Europa van de Sterk Leren Academy. In de context van Wallonië versus CETA speelt een defect in de manier waarop tot nu toe de federale regering in België wordt samengesteld. Namelijk paritair. Eigenlijk kan dat niet in een federatie, maar de Belgen hebben het nu eenmaal op die manier geregeld. Dus in die federale regering zitten net zoveel ministers van Vlaanderen als van Wallonië. En nou is net de Minister van Handel in de federale regering een Waal. En die wordt vanuit Wallonië aangestuurd. Omdat Wallonië met zijn zwaar verouderde industrie, werkloosheid, achterhaald 20e eeuws socialisme én jaloezie jegens het welvarende hardwerkende Vlaanderen bang is om nog verder achterop te raken en met wit-vertrokken knokkels in de deuropening hangt om buitenlandse concurrentie te weren is de Waalse Minister van Handel in de federale regering in de blokkadestand gezet. Daardoor is er dus geen unanimiteit op onderraad-niveau en dus ook niet in de Europese Raad. Zoals gebruikelijk zal Wallonië die blokkade opheffen zodra het de nodige concessies en toezeggingen heeft ontvangen. Hetzij van de eigen federale regering, hetzij van de EU. Dus  koehandel als gevolg van de perversiteit van het unanimiteitsbeginsel, tevens een van de splijtzwammen binnen de EU.

Nu iets positiefs. In Deel 4 van de vierdelige serie video’s in de rubriek Sterk met Europa leg ik uit dat een dergelijke armzalige manier van besturen ondenkbaar is in een echte Europese federatie. Voor de details verwijs ik graag naar die serie video’s. Hier schets ik zeer kort de oplossing. Tombeur en ik ontwierpen een federale Europese Constitutie waarin – zoals dat in de meeste federaties het geval is – het sluiten van verdragen een zaak en taak is van de President van de federatie, na overleg en overeenstemming met de Senaat. Anders gezegd: als het onwerkbare intergouvernementele besturingssysteem van de Europese Unie zou worden ingeruild door een echte Europese Federatie, dan zou dit Wallonië-probleem überhaupt niet bestaan. En ook niet de problematiek als gevolg van het Oekraïne-referendum. In een federatie is de besluitvorming over verdragen een zaak van grensoverschrijdend gemeenschappelijk belang. En dat wordt dan verzorgd door een federale autoriteit.

Misschien zet dit Premier Rutte eens een keer aan het denken. Het moet onderhand ook binnen de VVD duidelijk worden dat Frits Bolkestein in 1991 met zijn anti-federale opstelling de VVD al langer dan twintig jaar het bos heeft ingerommeld. Nu, hardhandig geconfronteerd met geopolitieke ontwikkelingen waar een federaal stelsel wel, maar het intergouvernementele EU-besturingssysteem geen antwoord op heeft, zou het aanbeveling verdienen dat Rutte zich eindelijk eens gaat verdiepen in de essentie, de kracht en de noodzaak van Europees federaliseren.

Meer informatie vindt u in de rubriek Sterk met Europa van de Sterk Leren Academy.


Delen: Facebooktwitterredditlinkedinmail