Veel gestelde vragen over de European Federalist Papers

3. Over federalisering

Is een federatie alleen van toepassing op een staat?

Nee. Een federatie is een vorm van organiseren die men kan toepassen in privé- en publieke organisaties. De FIFA – de wereld voetbal federatie – is een bekend voorbeeld van een federale organisatie in de private sfeer. Ook de Vereniging van Eigenaren in een appartementengebouw is een federatie: het bestuur van die Vereniging heeft limitatieve bevoegdheden om te zorgen voor gemeenschappelijke belangen zoals het onderhoud van het dak, de liften en de trapportalen. Daarvoor betalen de eigenaren maandelijks een bijdrage. In een publieke federatie is dat federale belasting. Ook een coöperatie – bekend in landbouwkringen en in de bancaire sector – heeft een federale structuur. Zie Paper 7.

Waarom sluit men een federatie?

Mensen sluiten een federatie als ze zelf soeverein willen blijven, maar enkele gemeenschappelijke belangen liever laten verzorgen door een gezamenlijk orgaan. De drijfveer daarvoor kan zowel van binnenuit (belangen) als van buitenaf (bedreigingen) gevoed worden. En daar betalen ze dan ook voor: ze leggen middelen samen om iemand anders te betalen die verder zorgt voor de gemeenschappelijkheid. In de privésfeer door middel van contributies, in een staatssfeer door middel van belastingen. Zie de Papers 9, 10, 12, 14 en 20.

Wat raakt een land kwijt als het toetreedt tot een federatie?

Niets. Het krijgt er alleen iets bij, namelijk de zekerheid dat belangen die dat land niet zelf (meer) kan verzorgen door een ander orgaan worden overgenomen.

Hoe sluit men een federatie?

Een privé-federatie sluit men door een Contract of een Convenant of een andere soort overeenkomst. In de publieke sfeer is een Grondwet of Constitutie de meest gebruikte vorm. Niet een Verdrag. Staten gebruiken doorgaans een Verdrag als instrument om een confederatie of een intergouvernementeel samenwerkingsverband op te richten. Zie de Papers 2, 4, 5 en 7.

Weten veel mensen wat een federatie in werkelijkheid betekent?

Nee. Door valse voorlichting door Eurosceptici en Eurohaters is het beeld ontstaan dat een federatie een superstaat of een imperium is. En dat is het nu juist niet. Het huidige intergouvernementele samenwerkingsverband van de Europese Unie waarin de regeringsleiders in de Europese raad alles kunnen besluiten wat ze willen en dit vervolgens kunnen afdwingen in de lidstaten is een superstaat.

Zijn er verschillende soorten federaties?

Ja. Het beste is om daarvoor Paper 5 te bestuderen.

Zijn er goede en verkeerde federaties?

Ja. Soms zijn federaties constitutioneel en institutioneel verkeerd in elkaar gezet. En dan blijken ze niet lang te overleven of gebrekkig te functioneren. Zie voor voorbeelden de Papers 18 en 19.

Hebben federalisten allemaal dezelfde opvattingen over federalisering?

Nee. Helaas is er nog geen ‘heersende leer’ over wat federalisering precies is. Dat wil zeggen, wij menen dat wij in de European Federalist Papers een eerlijke poging hebben gedaan om op basis van oude en nieuwe wijsheden de vaste contouren van Europese federalisering vast te stellen, maar er zijn natuurlijke ook mensen met andere opvattingen. Hoewel die waarschijnlijk nog geen tijd hebben gehad om onze Papers grondig te bestuderen.

Wat voor andere opvattingen zijn er zoal?

Onder leiding van de President van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, is er een stroming die spreekt over Federation of Nations. Dat is in onze ogen hetzelfde als een zwangere man: twee woorden die niet bij elkaar horen – of een ‘contradictio in terminis’, net zoals een ‘Grondwettelijk Verdrag’. Men mag alleen maar zeggen ‘Federation of Citizens’ omdat – welk wijs boek over federalisering men ook raadpleegt – de Burgers de grondslag van een Federatie vormen, niet de Staten. Daarnaast zijn er verschillende opvattingen over de methode waarlangs men een Europese federatie wil creëren. Federalisten in het Europees Parlement willen dit doen door aanpassing van de EU-verdragen. Wij wijzen dat af omdat dit al vele malen eerder is geprobeerd en altijd mislukt is. En ook nooit kan lukken. Zie daarvoor de Papers 11 en 12. Wij kiezen als methode de succesvolle aanpak in 1787 door de founding fathers van de Amerikaanse federatie, te weten een federale Conventie. Die Conventie moet leiden tot een federale Constitutie die geratificeerd wordt door een meerderheid van Burgers van tenminste negen landen van de Eurozone.

Hoelang is men in Europa al bezig met het creëren van een federatie en waarom is dat nog niet gelukt?

Al 700 jaar spreekt men hier over de noodzaak om te federaliseren; het begon in het Rijk van de Habsburgers. In onze moderne geschiedenis is het Ventotene Manifest van Altiero Spinelli en Ernesto Rossi uit 1941 wellicht het eerste goed geformuleerde idee voor een Europese Federatie. Daarna is Europese samenwerking van de grond gekomen door het Schuman Plan van 1950. Maar dat is nooit tot de beoogde Federatie gekomen omdat dit Schuman Plan een ernstige systeemfout bevat die in alle daarna volgende EU-verdragen is doorgetrokken. Wij leggen dat uit in de Papers 11 en 12. Zie voor een meer gedetailleerde beschrijving van het na de Tweede Wereldoorlog mislukken van Europese federalisering Paper 25.

Heb je voor een federatie niet een homogeen volk met een homogene taal nodig?

Nee, dat is een populaire misvatting die te pas en te onpas wordt verkondigd. Ook in de VS was en is het niet zo dat iedereen Engels spreekt. Er zijn miljoenen die hun eigen taal blijven spreken en zich met enkele woorden Engels behelpen. Voorts is het verschil tussen inwoners van Vermont en Texas net zo groot of misschien groter dan dat tussen een Fin en een Griek. En wist u dat de Federatie Zwitserland vier talen als officiële bestuurstaal heeft vastgesteld in haar federale constitutie. En het federale India 22 talen? De EU erkent overigens 23 officiële talen. Zie de Papers 15 en 20.

Wat maakt een federatie zoveel sterker dan andere staatsverbanden?

Het antwoord op die vraag wordt duidelijk als u kijkt naar federaties als Canada, Verenigde Staten, Brazilië, Australië, India, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland. Zeer sterke landen. Kijk binnen Europa naar het verschil tussen de federatie Duitsland en de centralistische staat Frankrijk. Duitsland heeft tijdens de crisis nog steeds economische groei, Frankrijk helemaal niet. Dat ligt niet aan zijn President François Hollande, maar aan het staatssysteem. Als u daar meer van wilt weten lees dan Paragraaf 1.5 van het Jaarverslag 2012 van De Nederlandse Bank (DNB). Daarin wordt uitgelegd waarom het federale staatssysteem van Amerika in staat is gebleken sneller en effectiever te reageren op de banken- en economische crisis. En Amerika heeft sinds 1787 maar één binnenlandse oorlog gehad. Hoeveel hadden wij er in Europa sinds 1787? Zie de Papers 15-17, 20 en 21.

Kan de Benelux een rol spelen bij de Europese federalisering?

Ja. De Benelux is de initiator van de Europese samenwerking, al voor Wereldoorlog II. Ook nu zien we voor de Benelux een belangrijke rol weggelegd om de omslag te maken naar een daadwerkelijke Europese federatie. Zie daarvoor Paper 13.

Hoe wordt een land lid van een federatie?

Dat kan op twee manieren. Meteen bij het ratificeren van de Constitutie. Dan gelden er verder geen andere vereisten dan voortaan te voldoen aan de Constitutie. Men kan ook later toetreden. Maar in dat geval vereist de Constitutie een zware besluitvorming. Niet alleen moeten de Burgers en het Parlement van zo’n toetredend land akkoord gaan, ook de Burgers en de Parlementen van de andere lidstaten, alsook de twee Huizen van het federale Parlement moeten daartoe bereid zijn. Zie de Papers 5-8, 21 en 24.

Kan een lidstaat op eigen gezag een federatie verlaten?

Nee, niet eenzijdig. Hier geldt dezelfde procedure als bij latere toetreding: iedereen moet akkoord zijn met een eventuele uittreding van een lidstaat (Paper 24). Dit was in Amerika de oorzaak van de enige binnenlandse oorlog van 1861 tot 1865: een tiental Staten had zich eenzijdig van de federatie afgescheiden omdat ze bang waren dat de aankomende President Abraham Lincoln de slavernij zou gaan afschaffen zodra hij zijn ambt zou aanvaard hebben. Hij verklaarde hen de oorlog, uitsluitend op grond van hun eenzijdig uitreden. Dat uittreden was in strijd met de Constitutie en die moest gehandhaafd blijven. Niet vanwege de slavernij. Pas in 1863 liet hij de slavernij afschaffen.

Wat is het aandeel van het federale budget in het bruto binnenlands product?

In Amerika is dat 24%. In de Europese Unie nauwelijks 1%. Dat is een van de reden waarom de EU zoveel moeilijkheden heeft met het absorberen van schulden van lidstaten. Steeds opnieuw moeten schuldvrije of schuldarme lidstaten onderling overeenkomen of en hoe zij lidstaten met een te grote schuldenlast financieel gaan helpen. Dat drijft de EU uiteen. Zie de Papers 1-5 en 21-22.

Blijven de belastingen van staten gelijk bij invoering van een federale belasting?

Nee, natuurlijk niet. Dan worden belastingen van lidstaten verlaagd of afgeschaft. Burgers moeten er beter van worden, niet slechter. Het is een constitutionele kwestie en een beleidskeuze welke belastingen federaal worden en welke blijven behoren tot de lidstaten en hun samenstellende onderdelen. Zie Paper 22.

Ontstaat er bij een federale belasting een beter evenwicht tussen inkomsten en uitgaven?

Ja. Een voorbeeld op het gebied van defensie-uitgaven. De Amerikanen geven meer dan twee maal zoveel aan Defensie uit als de Europeanen. Maar ze hebben een veel evenwichtiger verhouding tussen investeringen (25%), personeel (50%) en exploitatie (25%). België, Italië en Griekenland besteden meer dan 70% van hun defensiebudget aan personeel. Dat betekent weinig investeringen. Dan lijden de 27 lidstaten ook nog eens aan fragmentatie. Zo zijn er meer dan 20 verschillende gevechtsvoertuigen in Europa en worden defensiebeslissingen vooral nationaal genomen, zonder te kijken naar de overschotten en tekorten bij de NAVO en EU. De EU is slechts in staat 70.000 militairen van de bijna twee miljoen Europese militairen in te zetten. Dat soort financiële onevenwichtigheden verdwijnen in een Federatie. Zie de Papers 21 en 22.