Veel gestelde vragen over de European Federalist Papers

2. Over belangrijke begrippen

Wat is een federatie?

Dat is een organisatie waarbij de leden autonoom en soeverein blijven maar enkele limitatieve bevoegdheden afstaan aan een apart functionerend orgaan voor het verzorgen van gezamenlijke belangen die de leden zelf niet (meer) individueel kunnen behartigen. Dat orgaan voor het geheel is soeverein voor die limitatieve bevoegdheden, zonder hiërarchisch op te treden ten opzichte van de leden van de organisatie. Beide bestuursniveaus functioneren dus soeverein. Er is een deling van soevereiniteit tussen het bestuur voor het geheel en voor de leden van de organisatie. Dit systeem kan slechts gewijzigd worden met de instemming van alle besturen, zowel de leden als het geheel. Zie Papers 2, 5-8 en 10.

Wat is een intergouvernementeel bestuurssysteem?

Dat is een organisatie waarbij de lidstaten door middel van een verdrag samenwerken en tot dat doel bevoegdheden afstaan aan een gemeenschappelijk orgaan. Het lijkt alsof dit hetzelfde is als een federatie, maar het verschil is gelegen in het feit dat, in tegenstelling daarmee, de lidstaten hun zelfstandigheid kwijt geraken, omdat het gemeenschappelijke orgaan zoekt naar een compromis tussen de belangen van de lidstaten en op een hiërarchische manier de lidstaten telkens dwingt tot uniform optreden om compromissen af te dwingen. Ook al wordt die hiërarchie geremd door in het verdrag een subsidiariteitsbeginsel op te nemen. Zie voor toelichting de Papers 1, 2, 4 en 10.

Wat is het subsidiariteitsbeginsel?

Dat is een regel in de EU-verdragen waarin is afgesproken dat tot de zelfstandige bevoegdheden van lidstaten blijft behoren wat de lidstaten zelf het beste kunnen doen. Maar dat heeft nooit goed gewerkt in het intergouvernementele samenwerkingsverband van de Europese Unie omdat niet duidelijk is wat dan het beste aan de lidstaten zelf kan worden overgelaten. De EU-verdragen leggen daarvoor geen definitie noch een criterium vast. Dit beginsel veroorzaakt zo een permanent debat over welke bevoegdheden van de Unie zijn en welke van de lidstaten. In die vaagheid kan de Europese Raad (dat is de verzameling van nationale regeringsleiders) top-down besluiten wat hij zelf goed vindt voor alle lidstaten. En die moeten die beslissingen dan ook uitvoeren, EU-breed. Maar omdat die meestal de vrucht zijn van nationaal-gedreven onderhandelingen, voordelig voor de ene lidstaat en nadelig voor de andere, is er een groeiende kritiek ontstaan op dit intergouvernementele systeem. Zie voor onze kritiek op het subsidiariteitsbeginsel de Papers 2, 11, 16, 20, 21, 22.

Wat is de verticale scheiding van bevoegdheden?

Dat is de essentie van een federatie: het federale gezag heeft een limitatieve set van bevoegdheden om gemeenschappelijke belangen van de lidstaten te verzorgen. Alle andere bevoegdheden blijven bij de burgers en de lidstaten. Het federale gezag kan niet besluiten nemen over andere onderwerpen dan de zaken die in de limitatieve lijst van bevoegdheden door de lidstaten aan dat federale gezag zijn toevertrouwd. Zie voor toelichting op dit begrip de Papers 14, 16, 21, 22.

Wat is de horizontale scheiding van bevoegdheden?

Dat is de klassieke trias politica: het scheiden van de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Deze horizontale scheiding der machten kan in een federatie toegepast worden op het federale bestuursniveau en op het gefedereerde, dat van de lidstaten. Zie de Papers 14, 19 en 20-22.

Wat zijn checks and balances?

Ook bij heldere toepassing van de horizontale scheiding van bevoegdheden – de trias politica – moeten die drie machten soms op elkaars terrein komen. Om te voorkomen dat de een de baas wordt over de andere bouwt men in een Constitutie checks and balances in: die houden de machten in evenwicht ten opzichte van elkaar. Zie de Papers 14, 16, 17 en 21-24.

Wat is Europese integratie?

Daarmee bedoelt men een soort assimilatie van de lidstaten, oorspronkelijk enkel bedoeld op economisch gebied. Maar de EU eigende zich in de loop der jaren steeds meer andere beleidsvelden toe, bij gebrek aan duidelijke bevoegdheidsverdeling tussen de EU en haar lidstaten. Dus die term ‘integratie’ betekent dat lidstaten steeds meer op elkaar (moeten gaan) lijken, omdat ze steeds meer hetzelfde beleid (moeten) gaan voeren en dezelfde regels (moeten) uitvaardigen. Zie de Papers 4-6.

Wat is fout aan Europese integratie?

Op zichzelf is ‘integratie’ een sympathiek woord, maar men moet het in dit verband op de juiste manier weten te gebruiken. Fout is het om het te zien als integratie van de lidstaten zelf. Dat lijkt namelijk op assimilatie met verlies van de eigen identiteit. Daar zitten de meeste Staten en hun Burgers niet op te wachten. Het begrip ‘integratie’ is uitsluitend verstandig op het niveau van het federale gezag. Daar worden limitatief genoemde bevoegdheden die eerst van lidstaten waren maar die ze graag overgeven aan een federaal gezag, geïntegreerd toegepast. Dus, in een Federatie zijn het niet de lidstaten die integreren, maar de bevoegdheden van het federale gezag.

Wat is de Kompetenz Katalog?

Dat is die lijst van limitatieve bevoegdheden die lidstaten in een federatie overdragen aan een federaal gezag om vervolgens die, en alleen die bevoegdheden, te gebruiken voor het behartigen van gemeenschappelijke belangen die individuele staten zelf niet meer kunnen behartigen. Bijvoorbeeld het hebben van een Europese defensiemacht, het voeren van een Europees buitenlands beleid, het voeren van een energie- en milieubeleid, et cetera. Het federale Duitsland heeft altijd aangedrongen een dergelijke Kompetenz Katalog in te voeren in de EU, maar andere lidstaten hebben dat steeds afgewezen. In essentie is het wel of niet invoeren daarvan hetzelfde als het wel of niet invoeren van een federatie. Zie de Papers 4, 10, 15 en 20-22.

Wat is het verschil tussen een federatie en een intergouvernementeel samenwerkingsverband?

In een federatie blijven de leden soeverein. Ze raken niets kwijt, maar krijgen er iets extra’s bij, namelijk dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over belangen die ze zelf niet meer kunnen verzorgen. De soevereine leden van de federatie creëren om die belangen te behartigen een even soeverein gezag. Daarvoor maken ze een Kompetenz Katalog, een limitatieve lijst van bevoegdheden die dat federale gezag voor alle leden samen mag gaan uitoefenen, maar Duitsland blijft Duitsland, Spanje blijft Spanje, Frankrijk blijft Frankrijk, et cetera. In een intergouvernementeel samenwerkingsverband daarentegen verliezen ze langzaam maar zeker hun soevereiniteit en hun eigen identiteit. Ze moeten in dat systeem langzaam in elkaar opgaan – de integratie. En dat willen ze niet. Vandaar het toenemende verzet van veel Burgers en Staten tegen de Europese Unie. Het intergouvernementalisme in de EU voedt het euroscepticisme.